woensdag, 17 november 2010 19:13

In vele opzichten een bijzondere eerste marathonervaring

Geschreven door Cindy de Haas

marathon_ny_buit_binnen.jpgTerwijl ik dacht en zei ‘mijn lijf is niet gebouwd om een marathon te lopen’, besloot ik eind 2009 spontaan om het toch maar eens te gaan proberen in 2010.

Het werd in vele opzichten een bijzondere ervaring!

Het idee

In november 2009 deed ik met een groep Thoffers mee aan de Berenloop in Terschelling: een halve marathon. Het was voor mij al zo’n 5 jaar geleden dat ik mijn laatste halve marathon liep. Naast het hebben van een gezellig weekend, had ik toch ook wel een tijd in gedachten voor m’n halve. Waarom? Tja, ehhh… met het stellen van een doel bereik ik wat en kan ik grenzen verleggen, dacht ik. Hans Vermeer vroeg mij of 01.55 uur wel een realistische tijd was voor mij. ‘Ach, ik weet dat ik 16 km kan afleggen met een snelheid van 5,5 minuut per km en daarna?? Joh, ik kan het gewoon!’, antwoordde ik zelfverzekerd. Hans bood aan om “De Haas te hazen”. We gingen op weg, ik had het zwaar, maar op 45 seconde na haalde ik mijn streeftijd! Ik was supertrots! Raar waar maar, hierna riep ik: ‘dan ga ik in 2010 een marathon lopen!’ Ook enigszins aangemoedigd door mijn moeder die het enthousiaste idee had: ‘als jij nu volgend jaar een marathon gaat lopen in New York, dan gaan wij mee als supporter’. En zo geschiedde…

De voorbereiding

In het Pinksterweekend stond het beklimmen van de Mont Ventoux op het program. Ik besloot eind maart een 2de hands racefiets aan te schaffen en ging met het racefietsen aan de slag. Hardlopen deed ik er “onderhoudend” bij. Na mijn geweldige Mont Ventoux ervaring ruilde ik begin juli mijn fietsschoenen voor mijn hardloopschoenen en begon aan mijn duurlopen. Ik deed maar wat… Ging “out of the blue” zomaar op een willekeurige dinsdagochtend 26 km rennen, nam onderweg 3 keer de Waterkering, stopte geen enkele keer, nam al rennend iets te drinken en een gelletje. Terug in Maassluis voelde ik mij gebroken, alsof ik onder een vrachtwagen had gelegen. Maarrr, ik had zomaar 26 kilometer hardgelopen! Mijn trots oversteeg mijn verstand. Ik ging door en door. Ik kwam rennend naar de sporthal, trainde mee met de groep en ging weer hardlopend naar huis. Ik kocht een GPS horloge: gaaf zeg! Nu wist ik qua afstand en tijd wat ik deed. Nog maar een kilometertje erbij! En het kan best wat sneller! Mijn geluk kon niet op toen een sportarts mij begin september tijdens een sportkeuring liet weten dat een marathon in zo’n 4 uur best mogelijk moest zijn. Wauw! Doortrainen dus, dan kan er wellicht nog wel iets van mijn tijd af, bedacht ik overmoedig.

Trainen, trainen en nog eens trainen

Terwijl mijn onstuimigheid hoogtijd vierde, begon mijn lijf langzaamaan te protesteren: ik sliep slecht, had aanhoudend een opgejaagd gevoel, bleef griepachtige verschijnselen houden. Ik negeerde het. Ondertussen had ik mij aangesloten bij hetzelfde hardloopgroepje als Paula van der Vaart: lekkergelopen.nl in Delft. Op zondagochtend liep ik daar mijn langere duurlopen onder bezielende leiding van Aad van Oosten. Op advies van een aantal Thoffers was ik inmiddels gestopt om rennend van en naar de sporthal te gaan. Er kwam meer structuur in mijn trainingen. Braaf hield ik mijn wekelijkse kilometers bij. Mijn ideaal om een marathon in 4 uur te lopen, had ik bijgesteld naar 04.15 uur. Ik had immers gehoord dat ik gerust 15 tot 20 minuten bij mijn streeftijd op kon tellen vanwege de drukte op het parcours en de hoge bruggen in the Big Apple (5 stuks in totaal). In de maand oktober stond mijn jaarlijkse familie-verassingsvakantie gepland. Angstvallig had ik mijn ouders gevraagd of ik daar wel kon hardlopen. ‘Ja, dat kan’. ‘Pfff, gelukkig, een pak van m’n hart!’

Enigszins tot inkeer

Aangekomen op onze verrassingsbestemming in Turkije, bleek het hardlopen lastig te worden: nagenoeg de gehele omgeving was heuvelachtig, het werd snel donker en men stond niet in voor de zwerfhonden die er ronddolden. Het was donderdagavond… ik moest en zou hardlopen. ‘Dan ga je toch om het olijvenveldje rennen’, hadden de mannen van ons vakantiepark gezegd. Dit bleek welgeteld 150 meter te zijn: 15 meter omhoog, 60 meter over een scheef pad bovenlangs, 15 meter naar beneden met traptreden en 60 meter onderlangs, ook scheef. Uitzinnig heb ik daar 10 km hardgelopen. Voor de goede rekenaars onder ons: zo’n 65 rondjes dus?! De volgende dag rende ik samen met mijn zwager een berg op in een mooi natuurpark om er in allerijl weer zo’n 4 kilometer vanaf te denderen. De uitputtingsslag gaf me ergens wel een kick. Hierna ging het “mis”… Terwijl zondag 35 kilometer in mijn schema stond, werd ik ziek. Ik kreeg griep en had koorts. Diepongelukkig bleef ik 2 dagen in mijn uppie achter in het vakantiepark. Dit kon niet waar zijn! Hoe moest het nu met mijn trainen? Deze belangrijke training kon ik niet missen! Ik kon niets anders doen dan me eraan overgeven. Zoals ik me nu voelde, kon ik onmogelijk hardlopen. Wat was ik verdrietig.

Vol goede moed

Weer thuis, voelde ik me nog altijd niet topfit. De koorts hield aan. Irene de Bloois tipte mij Echinaforce en Vitamine C te gaan slikken. Dit verhoogt de weerstand en versterkt het immuunsysteem. Weer een zondag naderde… 30 kilometer… ‘Vroeg naar bed, dan ben ik morgen vast beter en dan lekker rennen!’ dacht ik hoopvol. Maar nee… niets van dat. De koorts vlamde zaterdagavond weer op. Zondagmorgen belde ik met tranen in mijn ogen Paula op om te vertellen dat ik helaas niet mee kon. Mijn onrust nam toe. Dit is mijn twee lange afstand die ik mis! En van Adri Kalkman had ik al gehoord dat ‘je nooit afstanden die je hebt gemist, moet proberen in te halen’. Ik zag “my marathon-dream” beetje bij beetje in duigen vallen. Kon ik überhaupt wel naar New York? Als ik geen marathon zou kunnen lopen, dan hoefde ik er ook niet naar toe. Jacqueline Nell vroeg ik om eens naar mijn trainingsschema te kijken en zij stelde mij enigszins gerust dat mijn onzekerheden begrijpelijk waren en niet vreemd. Voordat ik de griep kreeg, zat ik in een goede “flow” en die zou ik vast en zeker zo weer oppakken. Ook Ineke Halve, Bart Makkinga en Petra Sluijter vertrouwde me toe dat het heus wel goed zat met de kilometers die ik al had getraind en dat iedereen weleens een lange duurloop mist in zijn marathonvoorbereiding. Ria van Leeuwen liet mij weten dat het belangrijker is om uiteindelijk fit aan de start te verschijnen, dan uitsluitend en tegen beter weten in braaf m’n loopschema te hebben gevolgd.

Het roer om

Ik luisterde naar de adviezen en bemoedigende woorden van de mensen om mij heen. Oké, zij hadden vertrouwen in mij. Nu ikzelf nog… Ik ging bij mezelf te rade. Waar was ik bang voor? Waar maakte ik me nu zo druk om? Wat was het ergste dat me zou kunnen overkomen? Ik had mezelf in de afgelopen periode gek lopen maken door bezig te zijn met tijd en snelheid. Maar is dat nu waar het om gaat? ‘Kom op zeg’, maande ik mezelf: ‘het is mijn eerste marathon. Wauw, ik ga naar New York! Alleen maar genieten. Boeien die tijd!’ Deze gedachte was een stapje in de goede richting, nu me ook nog goed voelen bij deze mindset. Er kwam weer een zondag aan… de training over de Van Brienenoordbrug, een stuk of 5 keer over de brug heen-en-weer, een trainingsafstand van zo’n 30 kilometer. Mijn loopmaatjes raadden het mij af. Ik had al 2 lange duurlopen gemist, het was een zware training en niet goed voor mijn zelfvertrouwen, mocht het trainen tegenvallen. Dus liep ik met Paula, haar zus Toos en Adri een eigen rondje in de mooie landelijke omgeving rondom Maasland. 31 kilometer: yes!!! Het ging goed. Dit had ik nodig! Ik besloot om de laatste paar weken voor mijzelf te lopen, niet bij Thof. Op die manier hoopte ik te voorkomen dat ik mezelf mogelijk weer “over de kop” zou lopen en dwong ik mezelf meer om naar mijn lijf te luisteren. Het aftellen naar de marathon was begonnen.

De marathondag

Na een heerlijk weekje shoppen, sightseeing, lekker eten en drinken, diende “the big day” zich aan. Rob van Noordt had ik de dag ervoor al bedenkelijk en met een grote glimlach gevraagd of dit nu de ideale voorbereiding voor een marathon was geweest? Op de vooravond van de marathon had ik mijn kleding en dergelijke al klaargelegd en mijn Hollandse mueslibolletjes uit de vriezer gehaald. Ik durfde het niet aan om mijn marathon op American pancakes, muffins, Brusselse wafels of bacon and eggs te lopen. Om 05.45 uur kreeg ik mijn wake-up call. Zette een kopje thee, kleedde me aan, checkte of ik echt niets was vergeten, at een mueslibol en een banaan, tekende vlaggetjes op mijn wang: ‘well, I’m ready. Let’s start the marathon!’ Onze trainer sprak ons voor de laatste keer bemoedigend toe en uit volle borst zongen wij “New York” van Frank Sinatra mee, we sloegen onze armen om elkaars middel en zwieperden onze benen hoog de lucht in: een mooie warming-up. Om 07.15 uur vertrokken de bussen naar de start. Vervolgens was het nog ruim 2,5 uur wachten, alvorens ik kon starten (10.40 uur). De tijd vloog! Rustig, de een iets meer gelaten dan de ander, wachten we in het zonnetje af op wat ons te wachten stond. Ik voelde een lichte spanning. Tja, wat is het en hoe voelt het om 42,195 km hard te lopen? Ik wist het niet.

Onderweg

Op de brug kan het erg koud zijn, vertelden de trainers. Daar stond ik dan ook in mijn regenjas en met een oranje fietsvlaggetje in mijn hand: mogelijk kon het thuisfront mij herkennen aan de uitstekende oranje hobbelende vlag. Onderweg vroegen diverse lopers aan mij welke tijd ik liep. ‘Nee, ik ben geen tijdloper! This is a recognition for my supporters’, grapte ik. Het enthousiasme van de miljoenen Amerikanen langs de kant nam ik gewillig in ontvangst. Overal geklap, gejoel, muziek, bandjes, oppeppende woorden, mijn naam roepend (stond op mijn singlet). Wauw, wat imposant! Is dit wat ze bedoelen met dé marathon onder de marathons, de marathon van New York? Met een big smile legde ik de ene na de andere mile af. Elke mile wandelde ik een paar meter om wat te drinken: afwisselend water en Gatorade. Waar ik die ongelooflijke drang om te drinken vandaan haalde, weet ik nog altijd niet (Nadorst??). Blijkbaar had ik het nodig? Een sanitaire stop bleek (gelukkig) niet nodig. Terwijl ik zwaaiend, met mijn duim omhoog en de ene na de andere high five gaf, keek ik rond het 20 km punt op mijn horloge. Oké dan… Ik ben al ruim 2 uur onderweg… Een moment van bezinning… Wat ga ik doen? Van nu af aan gas geven om toch nog enigszins een mooie eerste marathontijd neer te zetten? Of vooral oneindig genieten, heerlijk lopen, mijn lichaam niet meer dan nodig op de proef stellen? ‘This is New York, incredible!’ gierde door mijn hoofd. Het laatste alternatief klonk me als muziek in de oren en dus vervolgde ik mijn tocht: ontspannen, lachend, zwaaiend, high-five gevend.

Supporterspunt

Op naar de 28 kilometer, waar onze supporters stonden, zo’n 120 man: partners, ouders, kinderen, loopmaatjes, kennissen. Mijn ouders had ik een zak met eten meegegeven: een banaan, een energiereep, nootjes, rozijntjes. ‘Ga je dat allemaal eten?’ vroeg mijn vader verbaast. ‘Nee, joh, maar ik weet nu nog niet waar ik trek in heb, vandaar.’ Op 24 kilometer bedacht ik mij dat ik eigenlijk helemaal niets hoefde te eten. Hmmm, misschien toch een beetje lullig als ik niets neem. Nou ja, compromis… ik sla een drankpost over en dan neem ik “voor de vorm” bij het supporterspunt wel een hapje energiereep, een hapje banaan en een slokje (eigen) energiedrank. Gedragen op handen van New York city keek ik naar het Hollandse supporterspunt uit. ‘Waar staan ze nu? Ik zie ze niet? Nog verder? Het moet hier toch ergens zijn? Nou, nog maar een stukje doorlopen. Ik kan ze toch niet gemist hebben? Nee, zo hard loop ik niet, haha. O, daar staan ze! Jippie!!’ Na het “afgesproken” drinken en eten te hebben genuttigd, een praatje te hebben gemaakt, wat rekken en strekken, ging ik verder met mijn prachtige tocht.

marathon_ny_28_km.1.jpgmarathon_ny_28_km.2.jpgMijn grootste overwinning

Weer een drankpost, paar meter wandelen, een energiegelletje en kom op, daar ga ik weer! Echt tof zeg, dit! Ongelooflijk al die uitzinnige mensen en dat ze allemaal mijn naam kennen! Haha. Ik had geen enkel besef van tijd of afstand. De omgeving nam ik in mij op en ik liep van drankpost naar drankpost. Op 38 kilometer kreeg ik wat last van mijn onderrug. Nog een keertje rekken en strekken, zalig… Opgezweept door uitgelaten supporters kon ik niet te lang stil blijven staan. ‘Only a few miles! You look great!’ Met een grote glimlach ging ik op weg naar mijn eindbestemming in Central Park. Ik naderende het bord van 25 mile. Nog 1,2 mile te gaan. Ehhh, hoe ver is dat? Ik wist het niet. Het maakte me ook niet uit. Kijk nu eens: overal mensen! Spandoeken! Muziek! Duizenden lopers voor me, tientallen naast me. Heuvel op, heuvel af. Ik denk dat ik er bijna ben. En ja hoor, nog 100 meter te gaan, 50 meter… ik krijg een grote brok in mijn keel! De laatste stappen… Yesss!!! Ik heb het gehaald! Aaaahhhh! 04:41:04 uur. Mijn tranen kon ik niet bedwingen. Wat is dit overweldigend! Ik kreeg mijn medaille om mijn nek en een isoleerdeken omgeslagen. Een paar meter verder kreeg ik een tasje met eten en drinken aangereikt. Wat een euforie! Wat grandioos! Ik voelde een ontzaglijke trots in mij en realiseerde mij dat mijn grootste overwinning was dat ik mijn eerdere streven om een tijd neer te zetten volledig had kunnen loslaten en echt oneindig heb genoten van “this really great marathon” waarbij bijna niets aan mij voorbij gegaan is!

marathon_ny_buit_binnen.jpgToeval bestaat niet? Of toch wel?

De volgende dag… terug in het vliegtuig vraag ik mijn moeder om het fototoestel. Leuke foto’s zeg! O ja, die boottocht dinsdag: gezellig! Schitterende plaatjes gemaakt vanaf the Empire State Building. Lekker eten in the Grand Central station. Onze fietstocht vrijdag door New York, waarbij ik ineens mijn naam hoorde roepen in de buurt van Times Square (Rob van Noordt) en we al fietsend een gedeelte van de marathonroute aandeden met als toetje het bekijken van de finish in het Central Park. Op mijn verzoek maakte mijn moeder daar een foto van mij met de tijdklok (in bedrijf). Na het maken van de foto reageerde mijn moeder dat ‘de tijd natuurlijk niet klopte’. ‘Maakt niet uit’, reageerde ik, ‘ik heb een foto met de finishklok erop. Dat vind ik gewoon grappig. Tijd is niet belangrijk!’ Terwijl ik foto na foto bekeek die tijdens onze fantastische vakantie waren gemaakt, valt mijn mond open bij de bewuste foto met tijdklok in het Central Park. Wat staat er qua tijd? … 04:41:02. Dit is ongelooflijk! Dit kan niet!! … Op de foto die 2 dagen vóór de marathon is gemaakt, staat op 2 seconden na mijn finishtijd! Snotver, had ik toch 2 seconden sneller moeten lopen… hihi.

marathon_ny_tijdklok_05.11.jpgmarathon_cindy.jpgEen virtuele indruk

Voor wie een indruk wil krijgen van het lopen van de New York City marathon, zie: http://www.youtube.com/watch?v=eMdEd3W7QDQ.

Dit “real-life” filmpje is gemaakt door een loper die eveneens mee was met Rijnmond marathonreizen.

Bedankt!

Langs deze weg nog een woord van dank aan alle medelopers die mij in aanloop naar de marathon toe ‘op de been hebben gehouden’, in het bijzonder Paula van der Vaart, haar zus Toos en Adri Kalkman. Thoffers, bedankt voor jullie mailtjes en SMSjes, superleuk!

Last but not least

Of mijn lijf is gebouwd om een marathon te lopen, tja… wie bepaalt dat? Als je iets wilt en er echt voor gaat, dan kun je vaak meer dan je denkt, weten we (bijna) allemaal. Voor wie twijfelt om ooit een marathon te gaan lopen, troost je met de gedachte dat er in New York geen eindtijd geldt, het bijna onmogelijk is om als laatste te finishen en die Amerikanen er echt wel voor zorgen dat je blijft lopen en over de eindstreep komt! Laat je verrassen door je eigen mogelijkheden in the city that never sleeps!

 Veel loopplezier, wat de plaats, afstand, tijd en/ of snelheid ook moge zijn… marathon_ny_friendshiprun.jpg

Gelezen: 310 keer Laatst aangepast op vrijdag, 27 januari 2012 13:49

Volgende trainingen